dinsdag 31 mei 2022

Van Vlieland naar Gieselaukanaal

Eindelijk konden we maandag dan vertrekken, na een week verwaaid te hebben gelegen in Vlieland. Alleen was er nu praktisch helemaal geen wind, zodat we op motor en grootzeil Vlieland verlieten. Een box verder naast ons lag een 40-foot X-yacht, waar we in de verwaaiweek mee in contact kwamen. Zij wilden naar het Limfjord. Uiteindelijk zagen we op de AIS dat ze terug gingen naar Texel en uiteindelijk naar hun thuishaven Hellevoetsluis. Wel ging een Engelsman met ons mee in een Westerly Conway 36, genaamd de “Oleander of Arne” met als thuishaven Cowes. Zijn vrouw stapte in Vlieland af om later in Cuxhaven weer op te stappen, zodat de Engelsman “Single Handed” de boot ging overvaren, zoals hij zelf zei. Het eerste stuk om het gat bij Vlieland uit te komen, was geheel tegen de NW-wind in. Er stonden nog heftige golven van de afgelopen week en een hoge deining. Het was ook akelig koud met een temperatuur van niet meer dan 11 graden. Daarna langs de waddeneilanden kregen we de wind van achter maar te weinig om te zeilen. In de ochtend hadden we veel regen, maar gelukkig kwam het zonnetje in de middag tevoorschijn. Tegen half elf gingen we nacht in. Ondanks alle kledinglagen konden we het niet warm krijgen. We hadden dan ook de dieselkachel maar aangezet. Door het voortdurend schommelen van boot vanwege de hoge deining kreeg de schipper weer eens last van zeeziekte, mede door vermoeidheid en de kou, zodat we besloten om niet meer nachten door te varen. Om 6:00 uur in de ochtend kwamen we bij de ommedraai van de Elbe-ingang aan, maar helaas veel te vroeg, zodat we nog fikse stroom tegen hadden en niet harder dan 3,5 knoop vooruit kwamen. Even over twaalf uur kwamen we bij de sluizen van Brunsbüttel aan, waar we een lange tijd moesten wachten op het invaren van een vrachtboot en een super motorjacht, genaamd Calypso I en geregistreerd in Malta. Het motorjacht is gebouwd door Mulder Shipyard in Nederland, is 36 m lang met een accommodatie voor tien gasten in vier cabines en zes bemanningsleden. Het jacht vaart nu door het Noord-Oostzeekanaal, mogelijk richting een Oligarch. Om kwart over één konden we de sluis verlaten en voeren we richting het Gieselaukanaal, waar we wilden overnachten. In de sluis raakte we in een grappig gesprek met een opstapper van een Southerly jacht, een Engels jacht met ophaalkiel, die het Götakanaal wilden bevaren. Ze waren over het wad gekomen. Hijzelf had ook een boot een Ovni 34, ook met ophaalkiel, die hij in Zweden voor de winter had laten staan voor de volgende zomer. Ook hij had al een keer het Götakanaal bevaren en gaf dit als aanbeveling aan ons mee. Om 16:30 uur kwamen we in het Gieselaukanaal aan, dat een verbinding vormt met de Eider, die uitkomt onder het West-Duitse wad bij Pellworm-Sylt. Bij de sluiswachter konden we de sluiskosten van het Noord-Oostzeekanaal al betalen. Handig want dan hoeven we bij de sluis Kiel/Holtenau niet naar de betaalautomaat op de aparte wachtsteiger We hadden 210 Nm gevaren op het log en 188 Nm over de grond, meer tegenstroom gehad dan meestroom. En om bij te slapen gingen we heel vroeg naar bed.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten